Waarom wordt de verbinding niet ondergronds aangelegd?
Delen via:   

In Nederland en de rest van Europa zijn 380 kV hoogspanningverbindingen vrijwel overal bovengronds aangelegd op hoogspanningsmasten. Wereldwijd is er nog te weinig kennis en ervaring om dergelijke verbindingen op grote schaal ondergronds aan te leggen. Bovengrondse aanleg is het uitgangspunt voor verbindingen van 220 kV en hoger. December 2017 hebben de ministers van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en van Binnenlanse Zaken (BZK) het inpassingsplan Eemshaven-Vierverlaten 380 kV vastgesteld dat hier van uitgaat.

Technisch gezien kan deels ondergrondse aanleg wel, maar de bedrijfsvoering op dit spanningsniveau (380 kV is het hoogste spanningsniveau in Nederland) verkeert nog in ontwikkeling. Er treden bij ondergrondse verbindingen meer storingen op en het risico op netinstabiliteit is beduidend groter dan bij bovengrondse verbindingen. Uit ervaring blijkt dat het oplossen van deze storingen veel tijd vergt (tot 480 uur per storing). Met het oog op de leveringszekerheid is het dus niet verantwoord om ondergrondse aanleg grootschalig toe te passen. Er moet eerst wereldwijd meer ervaring worden opgedaan.

TenneT heeft in 2015 de minister aangegeven dat ondergrondse aanleg over een beperkte afstand (tot maximaal 10 kilometer) op het tracé technisch wel mogelijk is. In overleg met de regio zijn verschillende alternatieve (ook deels ondergrondse) tracés bekeken. Vervolgens zijn de effecten van de alternatieve tracés grondig onderzocht. Op basis van dit onderzoek heeft de tverantwoordelijk minister geconstateerd dat de meerwaarde van gedeeltelijke ondergrondse aanleg gering is en niet opweegt tegen de meerkosten die berekend zijn tussen €105 en €135 miljoen.
 

Kamerbrief over 380 kV hoogspanningsverbinding Eemshaven-Vierverlaten